Verbod op knalvuurwerk: veiligheid of traditie?

De recente jaarwisseling heeft de discussie over het vuurwerkverbod een nieuwe impuls gegeven. Volgens onderzoeksbureaus lijkt de publieke opinie door te slaan naar een verbod. Waagt de politiek zich ook aan een vuurwerkverbod?

De maatschappelijke discussie over het vuurwerkverbod is al even traditioneel als het afsteken van knal- en siervuurwerk zelf. Naast de zwaarte van het afgestoken vuurwerk zijn ook de argumenten in de discussie veranderd. Inmiddels zijn de voetzoekers en zevenklappers verdwenen ten faveure van cobra’s, Chinese rollen en single shots. Daar waar men in het verleden bang was voor jonge doe-het-zelvers die met een vuurwerkverbod dan maar zelf aan de slag zouden gaan om vuurwerk te maken, is men nu vooral bezig met de veiligheid van hulpverleners – politieagenten, brandweerlieden en ambulancepersoneel – en burgers. Minister van Veiligheid en Justitie Grapperhaus zette de discussie op scherp door voor de jaarwisseling in De Telegraaf al te dreigen met het op tafel leggen van een algeheel verbod op vuurwerk als het weer onrustig zou worden. Nu bekend is dat de laatste jaarwisseling in aantal slachtoffers en gemelde schade die van het jaar daarvoor overtroffen heeft, verwacht men dat het kabinet met een standpunt komt over een verbod.

De publieke opinie verschuift ook naar een verbod. Een meerderheid van de Nederlanders blijkt nu voor een verbod te zijn blijkt uit een peiling in opdracht van RTL Nieuws: 61 procent is voor en 21 procent van de ondervraagden is tegen een verbod. 20 procent van de ondervraagden geeft desgevraagd aan dat ze nu voor een verbod zijn vanwege de incidenten tijdens de afgelopen jaarwisseling. Vanuit de vuurwerkverkoopbranche komt het argument dat een auto opblazen of in brand steken niet kan met legaal vuurwerk, en dat juist het illegale vuurwerk moet worden aangepakt. Hebben de verkopers van vuurwerk een goed punt of kiest de overheid hier voor veiligheid in plaats van traditie?

Geplaatst in Parlementaire democratie

Categorieën