Publieke figuren: wat kan er wel en niet gezegd worden?

De voorzitter van Pride Amsterdam kwam in opspraak vanwege uitspraken over immigranten. Hoewel hij deze uitspraken deed op persoonlijke titel, rijst de vraag: hebben publieke personen nog wel vrijheid van meningsuiting?

Met een aantal politieke functies en televisieoptredens op zijn naam is Frits Huffnagel een min of meer bekende Nederlander. Daarnaast is hij ondernemer. Sinds 2014 is Huffnagel voorzitter van Stichting Amsterdam Gay Pride (AGP) – organisator van Amsterdam Pride. Dit jaarlijks terugkerende evenement – met als hoogtepunt de botenparade – laat zich graag voorstaan een inclusief evenement te zijn. De uitspraken die Huffnagel deed over de huidige migrantencrisis bij het radioprogramma Spraakmakers zouden volgens LHBTI-activisten niet passend zijn voor een voorzitter van Amsterdam Pride. Het commentaar van Huffnagel had betrekking op het wel of niet toelaten van vluchtelingen van wie maar een erg klein aantal zou mogen blijven. Burgers in de Europese Unie zien dan het beeld van een zielig kind, waarachter wellicht ouders staan die oorlogsmisdaden hebben gepleegd, of daarbij geholpen hebben.

Ophef

Er ontstak na de uitzending een storm van kritiek. Ondanks excuses van de oud VVD-politicus bleek zijn positie uiteindelijk onhoudbaar. In een open brief riepen tientallen belangen- en actiegroepen – waaronder het COC – Huffnagel op om te vertrekken. In een interview in De Telegraaf reageert hij: “Die uitspraken heb ik op persoonlijke titel gedaan. Ik zat daar niet als voorzitter van de Pride, dat woord is niet eens gevallen. Toch hebben mensen gemeend die uitspraken te moeten koppelen aan mijn voorzitterschap. Daarna is de commotie ontstaan.” “Sommige mensen die vinden dat ik het standpunt dat ik innam op de radio überhaupt niet mag hebben, anderen vinden dat ik dat wel mag zeggen maar geen voorzitter van de Pride mag zijn. Velen zijn het ook met mij eens en steunen mij juist. Er zijn echter ook veel mensen die het niet met mij eens zijn, maar zij vinden dat ik dat wel mag zeggen én er is een heel grote groep die zegt: het doet er niet toe of ik het wel of niet eens ben met je. Zij vinden het onzin dat er nu zo op mij wordt ingehakt.”

Omdat er een grote kloof binnen de LHBTI-gemeenschap dreigde te ontstaan heeft is het voltallige bestuur van Pride Amsterdam nu afgetreden. Mag iedereen nog steeds zeggen wat hij/zij denkt? Of gelden er andere gradaties van de vrijheid van meningsuiting voor mensen met een publieke functie? Wat denk jij?

Geplaatst in Pluriforme samenleving

Categorieën